Handige Tips


 

Basistips paarden voeren

Goed voeren van een paard is niet eenvoudig. Er zijn een aantal uitgangspunten waarmee men rekening moet houden bij het voeren van een paard. Lees hieronder 10 tips voor uitgangspunten waarmee rekening gehouden moeten worden bij het goed voeren van een paard.

1. Goed en voldoende ruwvoer
Een paard is van nature een ruwvoer eter die ca 14 - 16 uur per dag bezig is met eten. De spijsvertering is ingesteld op het verteren van een continue stroom vezelrijke voeding, zoals hooi, kuilgras etc. Zorg daarom dat je paard voldoende ruwvoer krijgt van goede kwaliteit. Aangezien de kwaliteit van ruwvoer zeer wisselend kan zijn en het soms lastig is om de kwaliteit in te schatten wordt aangeraden om het ruwvoer te laten analyseren, zodat je weet wat je voert. Ruwvoer mag niet broeien, beschimmeld of stoffig zijn. Een richtlijn voor de hoeveelheid ruwvoer is ca. 1,5 kg per 100 kg lichaamsgewicht. Een paard van 600 kg zou dus ca. 9 kg ruwvoer per dag moeten krijgen. Let op: kuilgras bevat meer water dan hooi, waardoor je meer kg moet voeren om aan dezelfde hoeveelheid voeding te komen.  Lees meer over ruwvoer

2. Vers water
Zorg dat je paard ten aller tijde de beschikking heeft over vers en schoon water. Zowel in de weide als in de stal of paddock dient altijd schoon water beschikbaar te zijn. Paarden/pony's drinken ca. 15 - 30 liter water per dag. Deze hoeveelheid is erg afhankelijk van de temperatuur en prestatie. Geef niet teveel koud water in één keer en houd de temperatuur van het water in de gaten in de zomer. Lees meer over drinkwater voor paarden 

3. Geleidelijke overgangen in het rantsoen
Voor iedere wisseling in het rantsoen van een paard dient de overgang geleidelijk te gebeuren. Een wisseling van krachtvoer dient is ca. 7 - 10 dagen omgeschakeld te worden, waarbij het oude krachtvoer langzaam wordt afgebouwd en het nieuwe krachtvoer langzaam wordt opgebouwd. Ook bij de wisseling van stal naar weide of weide naar stal dient dit geleidelijk te gebeuren om stofwisselingsproblemen te voorkomen. Ook andere wisselingen in het rantsoen voor dikke paarden of magere paarden moeten altijd langzaam plaats vinden. Ook het verschil in partijen hooi/kuilgras kunnen erg wisselend zijn, waar de spijsvertering van een paard op kan reageren. Ook hierbij geldt schakel langzaam om naar een nieuwe partij om spijsverteringstoornissen te voorkomen. 

4. Kleine porties per maaltijd
De maag van een paard is erg klein, ca. 8 - 15 liter en omvat daarmee slechts 7% van het volume van het maagdarmkanaal. Doordat de maag zo klein is kan een paard van 600 kg niet meer dan 3 kg krachtvoer per maaltijd verwerken. Verdeel het krachtvoer over kleine porties per maaltijd. Indien mogelijk maximaal 1 - 2 kg krachtvoer per maaltijd. Probeer daarnaast op de opname te vertragen door bijv. ruwvoer door het krachtvoer te mengen. Hierdoor moet een paard beter kauwen, wat beter is voor de vertering.

5. Meerdere malen per dag voeren
Een paard heeft geen galblaas, waardoor de verteringssappen doorlopend in de dunne darm terecht komen. Om de vertering op gang te houden is het belangrijk om vaker kleine porties per keer te geven. Verdeel het krachtvoer over 2 - 4 porties per dag en laat een paard niet langer dan 6 uur met een lege maag staan. Voor paarden met maagzweren is dit zelfs maximaal 1 uur. Dus geef minimaal 3 maal per dag ruwvoer. Probeer verder een vast voerschema aan te houden.

6. 's morgens eerst ruwvoer, dan krachtvoer
Als een paard 's nachts niet de beschikking heeft over vezelrijke voeding(hooi, kuilgras of stro) is het beste om de vertering's morgens op gang te brengen met ruwvoer en daarna pas krachtvoer te geven. Ruwvoer zorgt voor veel speekselproductie en brengt de spijsvertering op gang, waardoor het krachtvoer beter wordt verteerd. Doordat het paard minder hongerig is na het ruwvoer zal hij ook beter kauwen op het krachtvoer.

7. Geen krachtvoer voor prestatie
Geef geen grote hoeveelheden krachtvoer vlak voor de arbeid. Geef binnen 3 uur voor het verrichten van zware arbeid geen krachtvoer meer. Wel kun je van tevoren nog kleine hoeveelheden hooi of kuilgras voeren. Het verrichten van arbeid met een volle maag is niet prettig, maar het kan ook zorgen voor een glucosedip na ca. 2 uur na het voeren. Dit kan de prestatie verminderen. Voor lichte prestaties in combinatie met kleine hoeveelheden krachtvoer geldt: geef binnen 1 uur voor de arbeid geen krachtvoer meer.

8. Sober voeren
Wees voorzichtig met het geven van extra producten, zoals muesli, slobber, wortels, appels, brood en andere lekkernijen. Een paard is gebaat bij een rantsoen met zo min mogelijk wisselingen. Een constant, goed uitgebalanceerd rantsoen is het beste. Extra's en lekkernijen kunnen het rantsoen verstoren en ervoor zorgen dat uw paard overvoert wordt. Extra vitaminen en mineralen(supplementen) zijn onder normale omstandigheden overbodig en ongewenst. Alleen in bijzondere gevallen kan het bijvoeren van supplementen effect hebben. Zorg dat de basis van het rantsoen in orde is, dus begin bij een goede kwaliteit ruwvoer, stem vervolgens de hoeveelheid krachtvoer hierop af in combinatie met de prestatie/conditie van je paard en kijk daarna indien nodig naar supplementen als het samengstelde rantsoen een tekort uitwijst.

9. Gebit
Een goede vertering begint bij een goed gebit. Als het gebit van een paard niet in orde is, dan kan dit voor verminderde opname van voedingsstoffen zorgen. Laat het gebit van je paard daarom regelmatig, maar minimaal 1x per jaar controleren door een erkende paardentandarts. Vooral bij oudere paarden is controle van het gebit extra belangrijk.  

10. Ontwormen
Wormen zijn een bekend probleem bij paarden en kunnen de gezondheid van het paard negatief beïnvloeden. Paarden met wormen kunnen bijv. erg vermageren, omdat het voedsel niet meer goed opgenomen wordt. Zorg voor een regelmatige ontworming en wissel af met wormmiddelen om resistentie tegen te gaan. Laat een mestonderzoek uitvoeren om vast te stellen hoe jouw paard het best ontwormd kan worden. Een mestonderzoek kan uitgevoerd worden door de Gezondheidsdienst in Deventer

Tenslotte geldt bij voedingsproblemen, weet wat je voert, kijk kritisch naar je rantsoen, verbreed je kennis en mocht je er niet uitkomen raadpleeg bij twijfel een voedingsdeskundige of je dierenarts.

- See more at: http://www.voervergelijk.nl/informatie/88/basistips-paarden-voeren#sthash.F8UVR79Z.dpuf

Basistips paarden voeren

Goed voeren van een paard is niet eenvoudig. Er zijn een aantal uitgangspunten waarmee men rekening moet houden bij het voeren van een paard. Lees hieronder 10 tips voor uitgangspunten waarmee rekening gehouden moeten worden bij het goed voeren van een paard.

1. Goed en voldoende ruwvoer
Een paard is van nature een ruwvoer eter die ca 14 - 16 uur per dag bezig is met eten. De spijsvertering is ingesteld op het verteren van een continue stroom vezelrijke voeding, zoals hooi, kuilgras etc. Zorg daarom dat je paard voldoende ruwvoer krijgt van goede kwaliteit. Aangezien de kwaliteit van ruwvoer zeer wisselend kan zijn en het soms lastig is om de kwaliteit in te schatten wordt aangeraden om het ruwvoer te laten analyseren, zodat je weet wat je voert. Ruwvoer mag niet broeien, beschimmeld of stoffig zijn. Een richtlijn voor de hoeveelheid ruwvoer is ca. 1,5 kg per 100 kg lichaamsgewicht. Een paard van 600 kg zou dus ca. 9 kg ruwvoer per dag moeten krijgen. Let op: kuilgras bevat meer water dan hooi, waardoor je meer kg moet voeren om aan dezelfde hoeveelheid voeding te komen.  Lees meer over ruwvoer

2. Vers water
Zorg dat je paard ten aller tijde de beschikking heeft over vers en schoon water. Zowel in de weide als in de stal of paddock dient altijd schoon water beschikbaar te zijn. Paarden/pony's drinken ca. 15 - 30 liter water per dag. Deze hoeveelheid is erg afhankelijk van de temperatuur en prestatie. Geef niet teveel koud water in één keer en houd de temperatuur van het water in de gaten in de zomer. Lees meer over drinkwater voor paarden 

3. Geleidelijke overgangen in het rantsoen
Voor iedere wisseling in het rantsoen van een paard dient de overgang geleidelijk te gebeuren. Een wisseling van krachtvoer dient is ca. 7 - 10 dagen omgeschakeld te worden, waarbij het oude krachtvoer langzaam wordt afgebouwd en het nieuwe krachtvoer langzaam wordt opgebouwd. Ook bij de wisseling van stal naar weide of weide naar stal dient dit geleidelijk te gebeuren om stofwisselingsproblemen te voorkomen. Ook andere wisselingen in het rantsoen voor dikke paarden of magere paarden moeten altijd langzaam plaats vinden. Ook het verschil in partijen hooi/kuilgras kunnen erg wisselend zijn, waar de spijsvertering van een paard op kan reageren. Ook hierbij geldt schakel langzaam om naar een nieuwe partij om spijsverteringstoornissen te voorkomen. 

4. Kleine porties per maaltijd
De maag van een paard is erg klein, ca. 8 - 15 liter en omvat daarmee slechts 7% van het volume van het maagdarmkanaal. Doordat de maag zo klein is kan een paard van 600 kg niet meer dan 3 kg krachtvoer per maaltijd verwerken. Verdeel het krachtvoer over kleine porties per maaltijd. Indien mogelijk maximaal 1 - 2 kg krachtvoer per maaltijd. Probeer daarnaast op de opname te vertragen door bijv. ruwvoer door het krachtvoer te mengen. Hierdoor moet een paard beter kauwen, wat beter is voor de vertering.

5. Meerdere malen per dag voeren
Een paard heeft geen galblaas, waardoor de verteringssappen doorlopend in de dunne darm terecht komen. Om de vertering op gang te houden is het belangrijk om vaker kleine porties per keer te geven. Verdeel het krachtvoer over 2 - 4 porties per dag en laat een paard niet langer dan 6 uur met een lege maag staan. Voor paarden met maagzweren is dit zelfs maximaal 1 uur. Dus geef minimaal 3 maal per dag ruwvoer. Probeer verder een vast voerschema aan te houden.

6. 's morgens eerst ruwvoer, dan krachtvoer
Als een paard 's nachts niet de beschikking heeft over vezelrijke voeding(hooi, kuilgras of stro) is het beste om de vertering's morgens op gang te brengen met ruwvoer en daarna pas krachtvoer te geven. Ruwvoer zorgt voor veel speekselproductie en brengt de spijsvertering op gang, waardoor het krachtvoer beter wordt verteerd. Doordat het paard minder hongerig is na het ruwvoer zal hij ook beter kauwen op het krachtvoer.

7. Geen krachtvoer voor prestatie
Geef geen grote hoeveelheden krachtvoer vlak voor de arbeid. Geef binnen 3 uur voor het verrichten van zware arbeid geen krachtvoer meer. Wel kun je van tevoren nog kleine hoeveelheden hooi of kuilgras voeren. Het verrichten van arbeid met een volle maag is niet prettig, maar het kan ook zorgen voor een glucosedip na ca. 2 uur na het voeren. Dit kan de prestatie verminderen. Voor lichte prestaties in combinatie met kleine hoeveelheden krachtvoer geldt: geef binnen 1 uur voor de arbeid geen krachtvoer meer.

8. Sober voeren
Wees voorzichtig met het geven van extra producten, zoals muesli, slobber, wortels, appels, brood en andere lekkernijen. Een paard is gebaat bij een rantsoen met zo min mogelijk wisselingen. Een constant, goed uitgebalanceerd rantsoen is het beste. Extra's en lekkernijen kunnen het rantsoen verstoren en ervoor zorgen dat uw paard overvoert wordt. Extra vitaminen en mineralen(supplementen) zijn onder normale omstandigheden overbodig en ongewenst. Alleen in bijzondere gevallen kan het bijvoeren van supplementen effect hebben. Zorg dat de basis van het rantsoen in orde is, dus begin bij een goede kwaliteit ruwvoer, stem vervolgens de hoeveelheid krachtvoer hierop af in combinatie met de prestatie/conditie van je paard en kijk daarna indien nodig naar supplementen als het samengstelde rantsoen een tekort uitwijst.

9. Gebit
Een goede vertering begint bij een goed gebit. Als het gebit van een paard niet in orde is, dan kan dit voor verminderde opname van voedingsstoffen zorgen. Laat het gebit van je paard daarom regelmatig, maar minimaal 1x per jaar controleren door een erkende paardentandarts. Vooral bij oudere paarden is controle van het gebit extra belangrijk.  

10. Ontwormen
Wormen zijn een bekend probleem bij paarden en kunnen de gezondheid van het paard negatief beïnvloeden. Paarden met wormen kunnen bijv. erg vermageren, omdat het voedsel niet meer goed opgenomen wordt. Zorg voor een regelmatige ontworming en wissel af met wormmiddelen om resistentie tegen te gaan. Laat een mestonderzoek uitvoeren om vast te stellen hoe jouw paard het best ontwormd kan worden. Een mestonderzoek kan uitgevoerd worden door de Gezondheidsdienst in Deventer

Tenslotte geldt bij voedingsproblemen, weet wat je voert, kijk kritisch naar je rantsoen, verbreed je kennis en mocht je er niet uitkomen raadpleeg bij twijfel een voedingsdeskundige of je dierenarts.

- See more at: http://www.voervergelijk.nl/informatie/88/basistips-paarden-voeren#sthash.F8UVR79Z.dpuf

 

Basistips paarden voeren

Goed voeren van een paard is niet eenvoudig. Er zijn een aantal uitgangspunten waarmee men rekening moet houden bij het voeren van een paard. Lees hieronder 10 tips voor uitgangspunten waarmee rekening gehouden moeten worden bij het goed voeren van een paard.

1. Goed en voldoende ruwvoer
Een paard is van nature een ruwvoer eter die ca 14 - 16 uur per dag bezig is met eten. De spijsvertering is ingesteld op het verteren van een continue stroom vezelrijke voeding, zoals hooi, kuilgras etc. Zorg daarom dat je paard voldoende ruwvoer krijgt van goede kwaliteit. Aangezien de kwaliteit van ruwvoer zeer wisselend kan zijn en het soms lastig is om de kwaliteit in te schatten wordt aangeraden om het ruwvoer te laten analyseren, zodat je weet wat je voert. Ruwvoer mag niet broeien, beschimmeld of stoffig zijn. Een richtlijn voor de hoeveelheid ruwvoer is ca. 1,5 kg per 100 kg lichaamsgewicht. Een paard van 600 kg zou dus ca. 9 kg ruwvoer per dag moeten krijgen. Let op: kuilgras bevat meer water dan hooi, waardoor je meer kg moet voeren om aan dezelfde hoeveelheid voeding te komen.  Lees meer over ruwvoer

2. Vers water
Zorg dat je paard ten aller tijde de beschikking heeft over vers en schoon water. Zowel in de weide als in de stal of paddock dient altijd schoon water beschikbaar te zijn. Paarden/pony's drinken ca. 15 - 30 liter water per dag. Deze hoeveelheid is erg afhankelijk van de temperatuur en prestatie. Geef niet teveel koud water in één keer en houd de temperatuur van het water in de gaten in de zomer. Lees meer over drinkwater voor paarden 

3. Geleidelijke overgangen in het rantsoen
Voor iedere wisseling in het rantsoen van een paard dient de overgang geleidelijk te gebeuren. Een wisseling van krachtvoer dient is ca. 7 - 10 dagen omgeschakeld te worden, waarbij het oude krachtvoer langzaam wordt afgebouwd en het nieuwe krachtvoer langzaam wordt opgebouwd. Ook bij de wisseling van stal naar weide of weide naar stal dient dit geleidelijk te gebeuren om stofwisselingsproblemen te voorkomen. Ook andere wisselingen in het rantsoen voor dikke paarden of magere paarden moeten altijd langzaam plaats vinden. Ook het verschil in partijen hooi/kuilgras kunnen erg wisselend zijn, waar de spijsvertering van een paard op kan reageren. Ook hierbij geldt schakel langzaam om naar een nieuwe partij om spijsverteringstoornissen te voorkomen. 

4. Kleine porties per maaltijd
De maag van een paard is erg klein, ca. 8 - 15 liter en omvat daarmee slechts 7% van het volume van het maagdarmkanaal. Doordat de maag zo klein is kan een paard van 600 kg niet meer dan 3 kg krachtvoer per maaltijd verwerken. Verdeel het krachtvoer over kleine porties per maaltijd. Indien mogelijk maximaal 1 - 2 kg krachtvoer per maaltijd. Probeer daarnaast op de opname te vertragen door bijv. ruwvoer door het krachtvoer te mengen. Hierdoor moet een paard beter kauwen, wat beter is voor de vertering.

5. Meerdere malen per dag voeren
Een paard heeft geen galblaas, waardoor de verteringssappen doorlopend in de dunne darm terecht komen. Om de vertering op gang te houden is het belangrijk om vaker kleine porties per keer te geven. Verdeel het krachtvoer over 2 - 4 porties per dag en laat een paard niet langer dan 6 uur met een lege maag staan. Voor paarden met maagzweren is dit zelfs maximaal 1 uur. Dus geef minimaal 3 maal per dag ruwvoer. Probeer verder een vast voerschema aan te houden.

6. 's morgens eerst ruwvoer, dan krachtvoer
Als een paard 's nachts niet de beschikking heeft over vezelrijke voeding(hooi, kuilgras of stro) is het beste om de vertering's morgens op gang te brengen met ruwvoer en daarna pas krachtvoer te geven. Ruwvoer zorgt voor veel speekselproductie en brengt de spijsvertering op gang, waardoor het krachtvoer beter wordt verteerd. Doordat het paard minder hongerig is na het ruwvoer zal hij ook beter kauwen op het krachtvoer.

7. Geen krachtvoer voor prestatie
Geef geen grote hoeveelheden krachtvoer vlak voor de arbeid. Geef binnen 3 uur voor het verrichten van zware arbeid geen krachtvoer meer. Wel kun je van tevoren nog kleine hoeveelheden hooi of kuilgras voeren. Het verrichten van arbeid met een volle maag is niet prettig, maar het kan ook zorgen voor een glucosedip na ca. 2 uur na het voeren. Dit kan de prestatie verminderen. Voor lichte prestaties in combinatie met kleine hoeveelheden krachtvoer geldt: geef binnen 1 uur voor de arbeid geen krachtvoer meer.

8. Sober voeren
Wees voorzichtig met het geven van extra producten, zoals muesli, slobber, wortels, appels, brood en andere lekkernijen. Een paard is gebaat bij een rantsoen met zo min mogelijk wisselingen. Een constant, goed uitgebalanceerd rantsoen is het beste. Extra's en lekkernijen kunnen het rantsoen verstoren en ervoor zorgen dat uw paard overvoert wordt. Extra vitaminen en mineralen(supplementen) zijn onder normale omstandigheden overbodig en ongewenst. Alleen in bijzondere gevallen kan het bijvoeren van supplementen effect hebben. Zorg dat de basis van het rantsoen in orde is, dus begin bij een goede kwaliteit ruwvoer, stem vervolgens de hoeveelheid krachtvoer hierop af in combinatie met de prestatie/conditie van je paard en kijk daarna indien nodig naar supplementen als het samengstelde rantsoen een tekort uitwijst.

9. Gebit
Een goede vertering begint bij een goed gebit. Als het gebit van een paard niet in orde is, dan kan dit voor verminderde opname van voedingsstoffen zorgen. Laat het gebit van je paard daarom regelmatig, maar minimaal 1x per jaar controleren door een erkende paardentandarts. Vooral bij oudere paarden is controle van het gebit extra belangrijk.  

10. Ontwormen
Wormen zijn een bekend probleem bij paarden en kunnen de gezondheid van het paard negatief beïnvloeden. Paarden met wormen kunnen bijv. erg vermageren, omdat het voedsel niet meer goed opgenomen wordt. Zorg voor een regelmatige ontworming en wissel af met wormmiddelen om resistentie tegen te gaan. Laat een mestonderzoek uitvoeren om vast te stellen hoe jouw paard het best ontwormd kan worden. Een mestonderzoek kan uitgevoerd worden door de Gezondheidsdienst in Deventer

Tenslotte geldt bij voedingsproblemen, weet wat je voert, kijk kritisch naar je rantsoen, verbreed je kennis en mocht je er niet uitkomen raadpleeg bij twijfel een voedingsdeskundige of je dierenarts.

- See more at: http://www.voervergelijk.nl/informatie/88/basistips-paarden-voeren#sthash.F8UVR79Z.dpuf

Basistips paarden voeren
Goed voeren van een paard is niet eenvoudig. Er zijn een aantal uitgangspunten waarmee men rekening moet houden bij het voeren van een paard. Lees hieronder 10 tips voor uitgangspunten waarmee rekening gehouden moeten worden bij het goed voeren van een paard.

1. Goed en voldoende ruwvoer
Een paard is van nature een ruwvoer eter die ca 14 - 16 uur per dag bezig is met eten. De spijsvertering is ingesteld op het verteren van een continue stroom vezelrijke voeding, zoals hooi, kuilgras etc. Zorg daarom dat je paard voldoende ruwvoer krijgt van goede kwaliteit. Aangezien de kwaliteit van ruwvoer zeer wisselend kan zijn en het soms lastig is om de kwaliteit in te schatten wordt aangeraden om het ruwvoer te laten analyseren, zodat je weet wat je voert. Ruwvoer mag niet broeien, beschimmeld of stoffig zijn. Een richtlijn voor de hoeveelheid ruwvoer is ca. 1,5 kg per 100 kg lichaamsgewicht. Een paard van 600 kg zou dus ca. 9 kg ruwvoer per dag moeten krijgen. Let op: kuilgras bevat meer water dan hooi, waardoor je meer kg moet voeren om aan dezelfde hoeveelheid voeding te komen.

2. Vers water
Zorg dat je paard ten aller tijde de beschikking heeft over vers en schoon water. Zowel in de weide als in de stal of paddock dient altijd schoon water beschikbaar te zijn. Paarden/pony's drinken ca. 15 - 30 liter water per dag. Deze hoeveelheid is erg afhankelijk van de temperatuur en prestatie. Geef niet teveel koud water in één keer en houd de temperatuur van het water in de gaten in de zomer.

3. Geleidelijke overgangen in het rantsoen
Voor iedere wisseling in het rantsoen van een paard dient de overgang geleidelijk te gebeuren. Een wisseling van krachtvoer dient is ca. 7 - 10 dagen omgeschakeld te worden, waarbij het oude krachtvoer langzaam wordt afgebouwd en het nieuwe krachtvoer langzaam wordt opgebouwd. Ook bij de wisseling van stal naar weide of weide naar stal dient dit geleidelijk te gebeuren om stofwisselingsproblemen te voorkomen. Ook andere wisselingen in het rantsoen voor dikke paarden of magere paarden moeten altijd langzaam plaats vinden. Ook het verschil in partijen hooi/kuilgras kunnen erg wisselend zijn, waar de spijsvertering van een paard op kan reageren. Ook hierbij geldt schakel langzaam om naar een nieuwe partij om spijsverteringstoornissen te voorkomen. 

4. Kleine porties per maaltijd
De maag van een paard is erg klein, ca. 8 - 15 liter en omvat daarmee slechts 7% van het volume van het maagdarmkanaal. Doordat de maag zo klein is kan een paard van 600 kg niet meer dan 3 kg krachtvoer per maaltijd verwerken. Verdeel het krachtvoer over kleine porties per maaltijd. Indien mogelijk maximaal 1 - 2 kg krachtvoer per maaltijd. Probeer daarnaast op de opname te vertragen door bijv. ruwvoer door het krachtvoer te mengen. Hierdoor moet een paard beter kauwen, wat beter is voor de vertering.

5. Meerdere malen per dag voeren
Een paard heeft geen galblaas, waardoor de verteringssappen doorlopend in de dunne darm terecht komen. Om de vertering op gang te houden is het belangrijk om vaker kleine porties per keer te geven. Verdeel het krachtvoer over 2 - 4 porties per dag en laat een paard niet langer dan 6 uur met een lege maag staan. Voor paarden met maagzweren is dit zelfs maximaal 1 uur. Dus geef minimaal 3 maal per dag ruwvoer. Probeer verder een vast voerschema aan te houden.

6. 's morgens eerst ruwvoer, dan krachtvoer
Als een paard 's nachts niet de beschikking heeft over vezelrijke voeding(hooi, kuilgras of stro) is het beste om de vertering's morgens op gang te brengen met ruwvoer en daarna pas krachtvoer te geven. Ruwvoer zorgt voor veel speekselproductie en brengt de spijsvertering op gang, waardoor het krachtvoer beter wordt verteerd. Doordat het paard minder hongerig is na het ruwvoer zal hij ook beter kauwen op het krachtvoer.

7. Geen krachtvoer voor prestatie
Geef geen grote hoeveelheden krachtvoer vlak voor de arbeid. Geef binnen 3 uur voor het verrichten van zware arbeid geen krachtvoer meer. Wel kun je van tevoren nog kleine hoeveelheden hooi of kuilgras voeren. Het verrichten van arbeid met een volle maag is niet prettig, maar het kan ook zorgen voor een glucosedip na ca. 2 uur na het voeren. Dit kan de prestatie verminderen. Voor lichte prestaties in combinatie met kleine hoeveelheden krachtvoer geldt: geef binnen 1 uur voor de arbeid geen krachtvoer meer.

8. Sober voeren
Wees voorzichtig met het geven van extra producten, zoals muesli, slobber, wortels, appels, brood en andere lekkernijen. Een paard is gebaat bij een rantsoen met zo min mogelijk wisselingen. Een constant, goed uitgebalanceerd rantsoen is het beste. Extra's en lekkernijen kunnen het rantsoen verstoren en ervoor zorgen dat uw paard overvoert wordt. Extra vitaminen en mineralen(supplementen) zijn onder normale omstandigheden overbodig en ongewenst. Alleen in bijzondere gevallen kan het bijvoeren van supplementen effect hebben. Zorg dat de basis van het rantsoen in orde is, dus begin bij een goede kwaliteit ruwvoer, stem vervolgens de hoeveelheid krachtvoer hierop af in combinatie met de prestatie/conditie van je paard en kijk daarna indien nodig naar supplementen als het samengstelde rantsoen een tekort uitwijst.

9. Gebit
Een goede vertering begint bij een goed gebit. Als het gebit van een paard niet in orde is, dan kan dit voor verminderde opname van voedingsstoffen zorgen. Laat het gebit van je paard daarom regelmatig, maar minimaal 1x per jaar controleren door een erkende paardentandarts. Vooral bij oudere paarden is controle van het gebit extra belangrijk.  

10. Ontwormen
Wormen zijn een bekend probleem bij paarden en kunnen de gezondheid van het paard negatief beïnvloeden. Paarden met wormen kunnen bijv. erg vermageren, omdat het voedsel niet meer goed opgenomen wordt. Zorg voor een regelmatige ontworming en wissel af met wormmiddelen om resistentie tegen te gaan. Laat een mestonderzoek uitvoeren om vast te stellen hoe jouw paard het best ontwormd kan worden. Een mestonderzoek kan uitgevoerd worden door de Gezondheidsdienst in Deventer

Tenslotte geldt bij voedingsproblemen, weet wat je voert, kijk kritisch naar je rantsoen, verbreed je kennis en mocht je er niet uitkomen raadpleeg bij twijfel een voedingsdeskundige of je dierenarts.



 

Regels buitenrijden

De Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter heeft een aantal gulden regels en tips voor het buitenrijden opgesteld. Deze zijn als volgt:

1. U bent gast: volg de aanwijzingen van de gastheer op
2. Maak gebruik van de voor u bestemde wegen of paden
3. Fiets- of voetpaden zijn er alleen voor fietsers of wandelaars
4. Jonge aanplant moet bos worden; rijd er niet doorheen
5. Laat uw paard niet grazen en ook niet knabbelen aan struik of boom
6. Houd altijd zoveel mogelijk rekening met andere recreanten
7. Moet u wandelaars passeren, doe dat dan stapvoets
8. Ook ruiters en aanspanningen passeert u in stap
9. Een goede ruiter rookt niet: brandgevaar!
10. Wees er voortdurend op attent dat een paard een eigen reactie heeft 

Tips:

  • Rijd geconcentreerd, let op signalen van uw paard en van ander verkeer, draag geen walkman, rook niet, draag passende ruiterkleding
  • Ruiters en menners moeten zich altijd aan de verkeersregels houden, op de openbare weg zijn ruiters en menners bestuurders
  • Maak uw paard geleidelijk aan vertrouwd met ongewone situaties in uw eigen omgeving
    Rij in de berm van de weg, behalve als daar een verbod geldt.
  • Geef altijd richting aan door uw hand uit te steken.
  • Steek met een groep zoveel mogelijk in linie een weg over, dus allen tegelijk naast elkaar.
  • Draag verlichting en reflecterend materiaal in het donker of bij onvoldoende zicht.
  • Vraag bestuurders van grote voertuigen langzamer te rijden door uw arm langzaam op en neer te bewegen, let op signalen van uw paard en van ander verkeer.
  • Onderschat nooit de kracht, het gewicht en de karaktereigenschappen van paard of pony.
  • Draag een veiligheidshelm. Uw hoofd is immers zeer kwetsbaar




Samen met je paard het avontuur tegemoet
 
Samenspel met je paard. Vol in galop een mooie rit maken over het strand. Het geluid van hoefgeklepper onder je. Een belevenis! Allemaal ingrediënten voor een fantastische rit…
 
Voor veel Nederlanders is paardrijden een machtige belevenis.
Met veel passie genieten ze regelmatig van het paardrijden in de vrije natuur of op een manege. Quality time doorbrengen met je paard. Echte paardrijliefhebbers gaan het liefst elke dag samen op pad.
 
Geniet optimaal van paardrijden, zonder blessures
Of je nou een recreatieve ruiter bent die paardrijdt voor het plezier en de gezelligheid met andere ruiters. Of een ruiter die traint voor een volgende klasse in bijvoorbeeld de dressuur. Iédere paardrijder is tijdens het rijden intensief bezig. Je maakt langere tijd gebruik van je uithoudingsvermogen, kracht en lenigheid en vraagt daardoor veel van je lichaam, en van je paard. Vergeet daarnaast niet dat paardrijden niet zomaar een sport is. Je sport samen met een dier, dat onverwachts kan reageren. Altijd veilig met je paard omgaan is daarom belangrijk. Ook als je niet aan het rijden bent.
 
Wil je optimaal blijven genieten van paardrijden en je paard, zonder paardrijblessures? Dan is een goede lichamelijke voorbereiding, een goede uitrusting en advies van een professional een must. Zo voorkom je paardrijblessures zoals breuken van pols en sleutelbeen of hoofdletsel.
 
Voorkom paardrijblessures: 4 handige tips!
Let altijd op tijdens het paardrijden en in de omgang met je paard. Met de volgende tips kun je paardrijblessures voorkomen:

  1. Bescherm je hoofd door tijdens het paardrijden altijd en overal een veiligheidscap te dragen.
  2. Houd je aan de basisregels die gelden in de omgang met paarden.
  3. Volg paardrijlessen en zorg voor een goede rijvaardigheid.
  4. Leer de basisregels voor veilig vallen van je paard.
Meer weten over het voorkomen van paardrijblessures? Kijk op www.voorkomblessures.nl/paardrijden. Hier vind je een 3D animatiefilm die laat zien wat er in het lichaam gebeurt bij een blessure. Verder kun je testen hoe het zit met jouw kennis over het voorkomen van blessures. De uitslag van de test vormt de basis voor een persoonlijk advies waarmee jij blessures (nog beter) kunt voorkomen in de toekomst. Zo sport je met veel plezier, betere sportresultaten én veilig!
 

Over paardrijden Over paardrijblessures
Wist je dat… Wist je dat…
… jaarlijks zo’n 350.000 Nederlanders paardrijden?
 
… Nederland ongeveer 400.000 paarden rijk is? Op deze paarden maken ruiters en amazones jaarlijks ongeveer 17.000.000 keer een recreatieve buitenrit.
 
… dressuurrijdster Anky van Grunsven 15 keer Nederlands Kampioen is geworden? Daarnaast won ze zeven keer de Wereldbekerfinale op het onderdeel Kür op Muziek. Anky is ook de eerste Nederlandse sporter die op vier Olympische Spelen een medaille heeft gewonnen, waarvan 3 gouden medailles achter elkaar.
 
… paardrijden 19 verschillende disciplines heeft? Carrouselrijden, Drafsport, Dressuur, Endurance, Eventing, Hogeschool dressuur, Horseball, Mennen, Mensport, Military, Natural horsemanship, Polo, Polocrosse, Reining, Rensport, Springen, Voltige, Vossenjacht en Westernrijden.
… in Nederland jaarlijks gemiddeld 56.000 ruiters een blessure oplopen? Daarvan worden 23.000 medisch behandeld.
 
 … paardrijblessures over het algemeen ernstig zijn? Jaarlijks worden zo’n 9.900 ruiters behandeld op een spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis in Nederland. 1.500 personen worden na behandeling acuut opgenomen in het ziekenhuis. Jaarlijks overlijdt gemiddeld één ruiter.
 
… vooral vrouwelijke ruiters aan een blessure worden behandeld op een spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis (87%)? Deze ruiters zijn jong: de helft is tussen de 10 en 25 jaar.
 
… de meeste paardrijblessures ontstaan door een val van het paard? Daarnaast raken ruiters bijvoorbeeld geblesseerd door een trap van een paard of doordat een paard op de voeten gaat staan.

 



 

Hoi beste paardensport liefhebbers,

Voor jullie allemaal een belangrijke mededeling van mij (Ad van Etten) .

Vorige week werd mij een verzoek gedaan om de bodem van een paardentrailer na te kijken.
Zo op het eerste gezicht dacht ik dat het wel ok was.
Toen ik de onderzijde echter goed bekeek, bleek de gehele bodem verrot te zijn.
Ik hoef jullie niet te vertellen wat er zou kunnen gebeuren als een paard tijdens transport door de bodem zou zakken.
Ik heb dan ook de gehele bodem verwijderd en een nieuwe aangebracht, inclusief een rubber mat en deze geheel waterdicht afgekit!!!
Dus bij deze een wijze raad.
CONTROLEER BIJ JE EIGEN TRAILER OOK EEN KEER DE BODEM, zodat je eventuele grote problemen kunt voorkomen.

groetjes Ad


 

                TIPS DOOR JAC HOP

           

Naar aanleiding van de clinics die ik met veel plezier voor jullie vereniging heb mogen geven, hierbij nog enkele tips.
 
1e Clinic Omgaan met paarden en 2e clinic Basis training
 
Basis principes:
Leiding geven aan je paard (zonder optoming en halster met leidtouw, links en rechts leiden zorg dat je altijd de regie hebt)
 
Communiceren met je paard in de taal die het paard begrijpt
(lichaamstaal en consequent stemcommando’s korte woordjes stap, draf, ga.lop attent maken met sis of je tong klikkeren maar ook zwijgen (stilte) is voor paarden een vorm van communicatie)
 
Leer je paard kennen, elk paard is een individu en heeft een historie
(elk paard heeft een eigen karakter en heeft een opvoeding gehad van de moeder (merrie) en andere paarden, mensen o.a. fokker e.d. probeer zoveel mogelijk te weten te komen van je paard. Leer de signalen van je paard herkennen )
 
Bewustwording van de gevolgen van je eigen gedrag
( altijd een rustige benadering, angst, boosheid van mensen voelen ze feilloos aan )
 
Vertrouwen in je paard versterken door grondwerk en training
(veel afwisseling met de trainingen o.a longeren met enkele en dubbele longe , loswerken, schriktraining e.d. Als je paard het gevraagde niet direct begrijpt beter een keer negeren of met geduld  en respect tevreden zijn met een enkel pasje in de goede richting Nooit boos worden of afstraffen)
 
Stap voor Stap met je paard een eenheid worden
(niet overvallen maar beetje voor beetje aanbieden en niet overvragen)

  


       Wat te doe als je paard op hol slaat. 

              Inleiding:

Met paard(en) op de openbare weg, onder het zadel of voor de wagen ontkom je niet aan benarde situaties.
Ervaring opgedaan met de paarden thuis op de boerderij van mijn vader en later zelf als (hobbymatig) paardenhouder zowat alle disciplines gereden onder het zadel en
25 jaar menwedstrijden gereden met een enkelspan o.a. marathon, dressuur en vaardigheids wedstrijden.
Om mij te beperken tot de periode dat ik zelf gemend heb, kan ik stellen dat ik het nodige heb meegemaakt gelukkig is het allemaal goed afgelopen.
Ik heb er veel van geleerd.  
Door ervaring wijs geworden gelukkig niet bang maar wel voorzichtiger.

Het meest gevaarlijke!
Mijn paard gaat aan de loop (slaat op hol) wat moet ik doen?

Achenbach en mijn leermeesters zeggen alles doen wat geoorloofd is om jezelf- omstanders en paard in veiligheid te brengen een duidelijk antwoord heb ik nooit gehad.

Wat niet:

* Nooit op stap gaan met een paard wat je en jou niet kent. (verkeersmak is maar  betrekkelijk.)
* slecht onderhoud van wagen en  de belangrijkste tuigdelen
* paard langs een  object sturen door  het paard af te ranselen.
 * bij de vierwiel geremde wagens nooit  met de voorste wielen remmen zeker niet  als de  voorste remmen eerder   blokkeren  dus harder remmen als de achterrem.
* bij het eventueel remmen op de achterwielen ook weer stoots gewijs dus nooit blijven remmen of beter niet remmen.

Wat wel:

* allereerst kijk of je paard gezond is voor je gaat rijden, geen pijnplekken, wondjes of mond problemen heeft.
 * altijd voor je gaat rijden paard, rijtuig en Harnachement controleren 
* span goed in geen knellende tuigdelen o.a. kinketting en neusriem niet te strak.
* juiste teugelvoering ontspannen aanleuning
* train en spreek van te voren af met je groom wat te doen in gevaarlijke situaties
* schat de te rijden situatie van te voren in o.a. drukke wegen, oversteekplaatsen, verkeer, diepe sloten, prikkeldraad enz. indien mogelijk vermijd ze als je het niet helemaal vertrouwd .
* train leiderschap en versterk vertrouwen door grondwerk e.e.a. op basis van Natural Horsemanship zowel menner als groom.
* train op een afsluitbaar terrein  train ook op plotselinge situaties en geluiden
* al waar je paard op de openbare weg geen moeite mee heeft hoef je niet te trainen.
maar blijf ten alle tijden je paard rijden, hoe verkeersmak of  koel in het hoofd je paard ook is  
*kijk naar het gedrag welke schrikreactie je paard kiest sommige paarden springen een metertje of wat opzij maar blijven voorwaarts, sommige staken of kruien terug en beginnen te slaan en gelukkig vrij zeldzaam gaan ze er vandoor.
*laat je groom altijd  tussen het paard en schrikobject leiden (zowel links als rechts oefenen) dit voorkomt dat het paard naar je groom toe springt. Je paard moet de groom ook als een vertrouwd leider aanvoelen.

 

Voorbeeld:

Is je paard bang van een trekker  ga dan stapje voor stapje te werk, let op de signalen die het paard geeft  meestal is er niets aan de hand pas als je dichter bij de trekker komt en het paard laat zien dat ze het niet vertrouwd vergroot je de afstand maar blijf door stappen of draven alsof er niets aan de hand is pas als je paard vertrouwen heeft (niet opgefokt) verklein je de afstand tussen het schrikobject (trekker) en  paard. Als na een paar keer weer angst ontstaat dan de afstand weer iets vergroten

Na een paar dagen dit herhalen  afhankelijk van de reactie na enkele keren de trekker starten (op afstand)  dan ook weer benaderen eerst op afstand zoals de eerste keer steeds kleine stapjes maken.

Let wel…  dit is geen garantie dat je paard nooit van trekkers schrikt maar als je zelf vertrouwen hebt en weet hoe je de situatie op kan vangen, dan heb je in ieder geval alles gedaan om ongelukken te voorkomen.

(bij trainingen altijd een veiligheidshelm op)

Geluiden kun je trainen door zo nu en dan een radio bij de stal aan te zetten, of motorengeluiden te laten horen.

Ondanks je goede voorbereiding gebeurt het toch. 

How ….mijn paard gaat plotseling als een raket op de loop (en bidden helpt niet)

Dan vooral diep ademhalen, kalmerende woorden die het paard geleerd heeft niet de angst versterken door te schreeuwen van, How …How …met een heel hoge intonatie en met beide voeten op de rem gaan staan. De leidsels niet aantrekken maar juist overdreven toestaan en met een flinke ophouding beide leidsels aanhalen, eventueel herhalen wordt het paard iets rustiger of mindert de snelheid dan een klein beetje toestaan tot weer een goede aanleuning wordt verkregen

Als dit op een weide of oefenterrein voorkomt dan stuur je het paard op de grote volte, dan met een leidsel een ophouding het paard op de volte sturen en de volte verkleinen.

Graag wil ik van jullie horen wat jullie ervaringen zijn?
Jac Hop
Als je iets door wilt geven mail dit dan aan Annemieke dan geeft zij dit door aan Jac Hop.

Voorbeelden schriktraining
[je paard mentaal strekker maken zonder optoming]

kennis maken met grasmaaimachine

kennis maken met een grasmaaimachine met draaiende motor



open gevouwen zeil

zeil

Het zeil uitgevouwen

langs het zeil lopen

over het zeil springen



 

TIPS VAN ANNEMIEKE

Om een paard of pony goed te kunnen houden, dien je je van tevoren zo uitgebreid mogelijk door een deskundige te laten voorlichten over aanschaf, huisvesting en verzorging. Op de website van http://www.dierenbescherming.nl  staat een link naar een paardenwebsite  waar allerlei zaken op staan die hiervoor van belang kunnen zijn.

 

In plaats van een wei verdelen in kleinere weides per paard, zet meerdere paarden (die het goed met elkaar kunnen vinden), bij elkaar in een grotere weide.

Is er geen weidegang mogelijk, zoek dan minstens een uitloop in een Paddock of in de (rij)bak in groepjes.

Scheer de tastharen van je paard niet af, die zorgen er namelijk voor dat je paard obstakels eerder voelt en daardoor niet meteen zijn hoofd stoot. 

Als u een paard wilt kopen, zorg er dan voor dat u een betrouwbare deskundige meeneemt voor advies.

Controleer regelmatig de hoeven van je paard en ga op tijd !! (elke zes tot acht weken) met je paard naar een hoefsmid. Zorg wel dat je een goede hoefsmid kiest. Hoefsmid is een vrij beroep, maar een goede opleiding en ervaring is beslist een must.Een paard is in de vrije natuur een groot deel van de dag bezig met eten en het zoeken naar voedsel. Geef je paard(en) daarom vaker, bijvoorbeeld zes keer per dag, ruwvoer in plaats van drie keer.

Als jouw paard of pony alleen in een wei staat, kun je misschien afspreken om jouw paard in een naburige wei te zetten bij een of meerdere andere paarden. Check eerst wel of jouw paard in die groep past.

Als je niet in de gelegenheid bent om jouw paard voldoende beweging te geven door te rijden, kan longeren of wandelen aan de hand ook een optie zijn

.Een paard is in de vrije natuur een groot deel van de dag bezig met eten en het zoeken naar voedsel. Geef je paard(en) daarom vaker, bijvoorbeeld zes keer per dag, ruwvoer in plaats van drie keer.

Wellicht is het mogelijk om door eenvoudige bouwtechnische aanpassingen zicht- of fysiek contact tussen paarden mogelijk te maken.

Als jouw paard in een box staat en niet vaak naar buiten kan, zorg er dan voor dat de box groot genoeg is. (Rekentip: minimaal 2 keer de stokmaat in het kwadraat en ongeveer vierkant van formaat.

Paarden en pony's die gewend zijn buiten te leven, kunnen heel goed tegen de kou. Ze moeten wel voor wind en regen kunnen schuilen en water tot hun beschikking hebben. Als ze 's-avonds op stal worden gezet en daar bijgevoerd worden, is dat voldoende.